Beek en Donk

Beek en Donk is een tweelingdorp (het dorp Beek en het dorp Donk), voormalige heerlijkheid en voormalige gemeente in Noord-Brabant, gelegen in de Peelrand. Beek en Donk telt 10.490 inwoners (1 januari 2020, bron: CBS). Per 1997 ging de gemeente op in de fusiegemeente Laarbeek.

Historie

Uit archeologische vondsten blijkt dat de streek van Beek en Donk al vanaf het Mesolithicum (Midden Steentijd) bewoond werd door mensen. De benaming Donk verwijst naar dekzandruggen en de voorgangers van de huidige nederzettingen ontstonden omstreeks 650, in de Merovingische tijd, op wat hogere delen van dergelijke ruggen. De bewoning begon in de omgeving van de huidige Oude Toren te Beek en bij de huidige buurtschap Heereind, ten westen van Donk. Van hieruit breidde de bewoning zich van 1300 tot 1500 uit tot lager gelegen delen, zoals Broekkant, Donkersvoort, Donk,Bemmer en de Heuvel te Beek. Op 4 december 1329 werden aan de bevolking de gemeenterechten uitgegeven door Hertog Jan III van Brabant. In 1392 werd de heerlijkheid Beek en Donk, samen met de heerlijkheden Stiphout en Aarle, in leen gegeven aan Dirk de Rovere. In 1482 kwam de heerlijkheid in het bezit van Jan Oudart. In 1642 werd de heerlijkheid Beek en Donk heruitgegeven en werd Beek en Donk gescheiden van Aarle en Rixtel. Omstreeks 1400 werd Beek een zelfstandige parochie en uit die tijd dateert de Oude Toren. In 1422 werd te Donk, waar zich ook een edelmanswoning bevond, de Sint-Leonarduskapel gesticht, welke in 1753 werd afgebroken en in 1979 herbouwd. Industriële bedrijvigheid kwam op gang na de opening van de Zuid-Willemsvaart in 1825. Vanaf 1842 ontwikkelde zich te Donk het bedrijf van Van Thiel, dat spijkers (draadnagels, gaas en later bouwstaal) vervaardigde en wat later Nedschroef en Thibodraad zou worden. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er een bedrijventerrein bij Beek (Beekerheide ten oosten van de Oranjestraat)
 

Wapen van Beek en Donk


Het wapen is afgeleid van twee wapens van het geslacht van Leefdael/Leefdaal. Dit geslacht is van 1643-1745 in bezit geweest van de heerlijkheid Beek en Donk. Het eerste en vierde kwartier is afgeleid van het oude wapen van Rogier van Leefdaal, die tevens heer was van Hilvarenbeek; zijn wapen komt ook bij die gemeente voor. Dit wapen is bekend van een zegel van 1306. Hij was zelf niet in bezit van Beek en Donk.

Het tweede en derde kwartier zijn afgeleid van het wapen van Philips van Leefdael, die in 1643 heer werd van Beek en Donk. Hij voerde een gevierendeeld wapen, identiek aan het huidige gemeentewapen. Het wapen kwam al voor op een zegel uit 1649, dus vrij snel nadat Philips de heerlijkheid had verworven.

Een zegel uit 1692 vertoont de H. Michael, met voor zich het wapen Leefdael, gedekt door een kroon, omwonden met een parelsnoer. De kroon werd niet verleend, maar later wel aangevraagd bij het nieuwe wapen van Laarbeek. In dat wapen is voor Beek en Donk ook een molenijzer opgenomen, afgeleid van het wapen van de oudste heren van Beek en Donk uit het geslacht De Rover.

Het wapen werd in eerste instantie in de rijkskleuren verleend. Bij het tweede wapen zijn de oorspronkelijke kleuren in ere hersteld. In eerste instantie wilde de gemeente dat als wapen het wapen van de familie De Jong werd verleend. Deze familie, die tevens de burgemeester leverde, was toen in het bezit van de heerlijkheid. Een afdruk van het zegel met het wapen Van Leefdael werd echter meegestuurd. De Raad van Adel is uitgegaan van de afdruk en heeft dus het Leefdael wapen verleend.

De muziektuin van Beek en Donk in de zomer.

De muziektuin van Beek en Donk in de zomer.

© Marcel van de Kerkhof

Twee kernen in één dorp

Beek en Donk heeft twee historische centra: het Heuvelplein in het zuidelijk gelegen Beek, en het Piet van Thielplein, in het noordelijk gelegen Donk. In oude schriftelijke bronnen worden Aarle en Beek overigens regelmatig in één samenvoeging genoemd: Aarle-Beek. Tussen Beek en Aarle ligt sinds het begin van de twintigste eeuw het Wilhelminakanaal, dat hier aantakt op de Zuid-Willemsvaart die de oostgrens van de woonbebouwing vormt. Aan de overkant van dit kanaal ligt de buurtschap Bemmer.

Doordat Beek en Donk uit twee afzonderlijke kernen bestaat, loopt er een strook groen dwars door het dorp, met daarin de Muziektuin, een muziekkoepel uit 1927 met paviljoen. Sinds 2003 staat in deze strook het nieuwe gemeentehuis van de in 1997 nieuw gevormde gemeente Laarbeek, op de plek van het laatste gemeentehuis van Beek en Donk. Net buiten de bebouwde kom van Beek en Donk, in het dal van de Aa, ligt het landgoed met Kasteel Eikenlust. Het park rond het landgoed is toegankelijk maar het huis is privé terrein.

Kerken en Kloosters

Tot 1894 was er sprake van een parochie in Beek en Donk, nl. de Parochie Sint Michaël. In het jaar 1894 kwam er van het Bisdom toestemming voor het oprichten van een nieuwe parochie, die de naam St. Leonardus parochie zou krijgen. De toestemming voor het bouwen van een nieuwe kerk de Leonardus kerk werd uiteindelijk in 1896 gegeven. De tot standkoming van de nieuwe kerk is een verhaal apart. Reeds in juni 1880 wordt er gesproken over een tweede parochie in Beek en Donk. De toenmalige Pastoor van de Sint Michaël parochie was een groot tegenstander van de opsplitsing. Hij heeft zich veel moeite getroost om het te voorkomen. Maar uiteindelijk heeft hij bakzijl moeten halen. De Heer Piet van Thiel was de grote initiator bijgestaan door Antonius van Empel en Henricus Rooijakkers. De laatste twee waren beide wethouder in Beek en Donk. Voor het verkrijgen van toestemming voor de kerk moest eerst een financiële zekerheid gegeven worden. Dankzij de medewerking van velen werd een solide financiële opzet verkregen. Als architect van de kerk werd na lang aarzelen dhr. Fransen benoemd. Deze stond bekend als leerling van de bekende kerkenbouwer Cuijpers. Dhr. Welsing die alleen een onkosten vergoeding vroeg werd gepasseerd. Als doekje voor het bloeden ontving hij opdracht voor het ontwerp van de pastorie.
Als bouwpastoor werd Jacobus Wouters benoemd. De totale kosten voor het tot stand brengen van de kerk en pastorie alsmede het afbreken van de noodkerk bedroegen Fl. 61.500.
Aardig is om te vermelden dat het inkomen van de pastoor Fl. 1215.-bedroeg. De aannemer was H.Vereijken uit Bergeyk. Hij was met het bedrag van Fl. 31.872 voor de kerk veruit de laagste inschrijver. Tijdens de bouwfase ontstonden er dan ook financiële problemen. Het kerkbestuur zag zich genoodzaakt twee advocaten in de arm te nemen om de aannemer te dwingen zijn werk af te maken.
In 1897 werd de kerk in gebruik genomen. Op 25 juni 1898 werd de kerk door de bisschop op plechtige wijze geconsacreerd. Tijdens de jaren 1920 bleek dat de kerk te klein was voor het aantal parochianen. Men besloot de kerk uit te breiden met twee zijbeuken. In 1929 werd onder architectuur van Roffelsen uit Helmond door aannemer van Doren uit Veghel de kerk uitgebreid voor de prijs van Fl. 34.000. De uitbreiding kostte dus meer als de nieuwbouw ca. dertig jaar eerder. Uit gegevens van het bisdom betreffende de inventaris blijkt dat vooral de beelden al vroeg mogelijk zelf al van het begin aanwezig waren.

De huidige Michaëlkerk werd op 27 mei 1935 plechtig ingezegend door Mgr.Diepen bisschop van Den Bosch. Voordat de huidige kerk gebouwd werd stond er op het Heuvelplein de Waterstaats kerk.
Deze kerk stond er 100 jaar. Voordat de kerk aan het Heuvelplein gebouwd werd werden de diensten in een schuurkerk verricht. Deze schuurkerk stond aan het Heuvelplein/ Pater Becanusstraat en is ca. 150 jaar voor de erediensten in gebruik geweest. De staat van deze primitieve schuurkerk was zeer slecht. Ofschoon de kerk , de Oude Toren, reeds in 1809 aan de katholieken teruggegeven werd was het door de zeer slechte en gevaarlijke staat van het gebouw het niet mogelijk deze te gaan gebruiken. Afbraak was de enige mogelijkheid. Pastoor van Abeelen heeft zich beijverd om de kerk op het Heuvelplein te bouwen. De totale bouwkosten kosten bedroegen Fl.18.998,00. Pastoor van Abeelen heeft tijdens het bouwen van de kerk een zeer uitvoerige correspondentie gevoerd met het Bisdom. Opmerkelijk is dat de kerk eerst op 5 juni 1882 na 46 jaar! geconsacreerd werd. In 1892 vatte pastoor van Roosmalen het plan op om te komen tot een verfraaiing van de kerk door de voorgevel aan te passen. Daarvoor kon hij echter geen toestemming verkrijgen van de bisschop.
In 1919 werd pastoor Thijssen benoemd als pastoor in Beek. Hij was de grote animator achter de bouw van een nieuwe kerk. In een brief van 12 september 1921 vraagt hij al toestemming om een huis met erf te kopen gelegen nabij een stuk grond dat door zijn voorgangers reeds was gekocht, met het doel er te zijner tijd een nieuwe kerk op te stichten.
Het is niet direct duidelijk wat de reden was voor de nieuwe kerk. Maar we vinden wel de mening van pastoor Thijssen over de waterstaatskerk: “De waterstaatskerk op het Heuvelplein is altijd een plomp misbaksel geweest, dat misstaat op de Brabantse brink, het is als een schaterlach van de duivel in een volle kathedraal.” In vele gesprekken die pastoor Thijssen voerde met Herman Thijssens liet de pastoor duidelijk merken dat hij niets liever zou hebben als dat Beek een nieuwe mooie kerk zou krijgen.
Inmiddels werd geconstateerd dat de kerk aan een grote onderhouds beurt toe was. Het dak lekte en in de winter was de kerk erg moeilijk te verwarmen. Architect H.W. Valk werd in de arm genomen. Deze maakte een ontwerp dat na aanpassingen, die door de specifieke gedachten van de pastoor ingegeven werden, uiteindelijk voorgelegd aan het bisdom. Op 21 februari 1933 werd dit plan door Mgr. A.F. Diepen goedgekeurd. De kosten werden begroot op Fl.105.751 . Van dat bedrag mocht het kerkbestuur maximaal Fl. 50.000 aan leningen opnemen. Mede dankzij de verkoop van het Liefdes gesticht met school, dat aan het Heuvelplein stond, en dat in 1922 Fl. 22.000 opbracht, beschikte men over behoorlijke reserves. Deze bedroegen op 20 oktober 1932 Fl.58.100, voor deze tijd een aanzienlijk bedrag. Vele onderaannemers die ingeschakeld werden voor de bouw van de kerk kwamen uit Beek en Donk. Aannemer J.M. van Heck en Zonen uit Alphen aan de Maas werd dit werk gegund. Hij was met Fl. 93.740 de laagste inschrijver.
De vele zorgen voor het tot stand brengen van de nieuwe kerk waren pastoor Thijssen toch te veel geworden. Hij overleed op 5 augustus 1934. Pastoor van Riel volgde hem op. De nieuwe pastoor pakte de zaken krachtdadig op, hij ging conflicten niet uit de weg. Diverse advocaten hebben zich bezig gehouden met het conflict tussen het kerkbestuur met de pastoor en de aannemer. Dit alles resulteerde in een uiteindelijk kostenplaatje voor de nieuwe kerk van Fl.124.260,04. Dankzij de medewerking van de parochianen en ook diverse personen van buiten de parochie, die bereid waren leningen te verstrekken tegen een percentage van 3,5 %, was het mogelijk de financiering rond te krijgen. Op 27 mei 1935 werd de kerk in gebruik genomen.

In 1980 fuseerden de Parochie Sint Michaël en de Leonardusparochie tot de Parochie Beek en Donk. Vanaf dat moment viel de parochiegrens ongeveer samen met de toenmalige gemeente Beek en Donk (met uitzondering van enkele buitengebieden). De gemeente Beek en Donk fuseerde in 1997 met de gemeenten Aarle-Rixtel en Lieshout tot de gemeente Laarbeek. De Beekse Sint-Michaëlkerk en de Donkse Sint-Leonarduskerk vormen de basis voor de beide kerkgemeenschappen. De 15e-eeuwse Oude Toren van de toenmalige Sint-Michaëlkerk, die overbleef toen dit godshuis in de 19e eeuw afgebroken werd, kijkt uit over de Laarsche Velden en Beekse Akkers. De kerk heeft altijd ‘eenzaam op de akkers’ gestaan, op een ietwat centraal punt tussen enkele gehuchten.

Beek en Donk kende drie kloosters in de laatste anderhalve eeuw. Al in februari 1894 begon de bouw van het nieuwe klooster Sint Jozefgesticht onder leiding van architect J. Heijkants. Links bevond zich een school met bewaarschool en vier klaslokalen voor de oudere leerlingen. Aan de rechterkant van het klooster werd in een vleugel het gasthuis ondergebracht. De oplevering van het liefdehuis vond plaats in 1895 en in september van dat jaar vestigden zich daar vanuit Schijndel zeven zusters met hun overste. De congregatie nam het klooster in 1922 over van het kerkbestuur. In 1950 vonden restauraties plaats en bouwde men een zijvleugel met kapel. Het klooster is opgeheven in december 1996. Toen verkochten de zusters het klooster aan de gemeente Beek en Donk, die het als gemeentehuis wilde bestemmen. Vanaf medio 2003 is het gebouw volgens de plannen van architect Friso Woudstra in zijn oorspronkelijke staat gerestaureerd. De gemeente Laarbeek, waartoe Beek en Donk in 1997 ging behoren, vestigde zijn gemeentehuis echter elders. In 2016 is er o.a. een makelaarskantoor in het voormalige klooster gevestigd.
Het Sint-Leonardushuis te Beek en Donk werd gesticht op 25 juni 1913 en lag achter de tuin van de pastorie van pastoor Jacques Wouters aan de latere Schoolstraat. Het is zeer waarschijnlijk ontworpen door architect C. Roffelsen, die in 1912 de tekeningen maakte voor de kapel. De zusters hadden een bewaarschool, een lagere school en een naaischool. Tevens verzorgden ze bejaarden en hielden ze een pension voor dames en heren. De communiteit is opgeheven op 1 september 1960 en in 1967 is het huis verkocht aan de Franciscanessen van Asten. Het gebouw werd dagbestedingscentrum. Het is in 1979 gesloopt voor het ORO-complex, een wooncomplex voor mensen met een handicap. Dit statige, bakstenen huis had een hoogopgaand dak met  twee dakkapellen. Het telde twee bouwlagen. Twee schoorstenen en het opengewerkte klokkentorentje bepaalden het silhouet van dit huis, dat verwant was aan de villa-architectuur van het begin van de eeuw.
Studiehuis Sint Jozef in Huize Leefdael te Beek en Donk  werd gesticht in 1937. Toen hun noviciaat in Nijmegen gevestigd werd zochten de Oblaten van Sint Franciscus een geschikt huis voor het scholasticaat. In 1937 kocht pater Matthias Spiessl Huize Leefdael op de Donk van Willem van Thiel. Het huis aan de Pater de Leeuwstraat is omstreeks 1900 gebouwd voor Van Thiel in een eclectische stijl. De vroegere huiskamer werd ingericht als kapel, de ruimte achterin als refter. Op de tweede verdieping bevonden zich chambrettes. Pater Bogenberger kreeg in 1938 de leiding over het scholasticaat (=priesteropleiding) ofwel het studiehuis Sint Jozef. Architect Roffelsen uit Helmond tekende voor de verbouwingen van 1950. Aan de zijkant verrees een vleugel met spreekkamers en andere vertrekken. Ook de nieuwe kapel, die in 1956 werd ingewijd, was van de hand van Roffelsen. In dat jaar werden ook de studiezaal, de recreatiezaal en de fraterskamertjes gebouwd. De priesteropleiding eindigde in 1965, het huis werd gesloten en verkocht. Men vestigde er een afdeling van Huize Padua in. In de negentiger jaren werden de vroegere uitbreidingen afgebroken en kwam het oorspronkelijke Huize Leefdael weer tevoorschijn. De paters bleven de Leonardusparochie in Beek en Donk bedienen tot 2000, toen ze de parochie teruggaven aan het bisdom. Vanaf 1980 was in het pand eerst een kliniek voor mensen met alcohol- en drugsproblemen gevestigd, en later een restaurant.