Pastorie

De pastorie aan de Kerkstraat in Asten kent een uitzonderlijk lange geschiedenis. De eerste vermelding is in een acte van 1463. Volgens onderzoek van Heemkundekring De Vonder staat deze vroegste pastorie op dezelfde locatie waar ook de huidige pastorie zich bevindt.

Van pastoor naar predikant (1648–1795)

Met de reformatie in 1648 verandert het religieuze landschap ingrijpend. De katholieke pastoors moeten wijken en de pastorie wordt voortaan bewoond door de predikanten van de hervormde gemeente.

In 1786 wordt de pastorie bouwkundig onderzocht. Het oordeel is verniet…

De pastorie aan de Kerkstraat in Asten kent een uitzonderlijk lange geschiedenis. De eerste vermelding is in een acte van 1463. Volgens onderzoek van Heemkundekring De Vonder staat deze vroegste pastorie op dezelfde locatie waar ook de huidige pastorie zich bevindt.

Van pastoor naar predikant (1648–1795)

Met de reformatie in 1648 verandert het religieuze landschap ingrijpend. De katholieke pastoors moeten wijken en de pastorie wordt voortaan bewoond door de predikanten van de hervormde gemeente.

In 1786 wordt de pastorie bouwkundig onderzocht. Het oordeel is vernietigend: fundamenten die slechts los op de grond staan, muren vol barsten en scheuren, verrotte ramen, deuren, zolder en kap, een rommelig geheel van aangebouwde vertrekken met lekkende goten, een te kleine en bouwvallige stal. De conclusie is helder: herstel van het gebouw is heel duur en het blijft dan nog een “zeer zwak en irregulier huis”. De oplossing is de bouw van een geheel nieuwe pastorie, geraamd op ƒ 3700,-. In 1788 verschijnen de eerste rekeningen voor de “nieuw gebouwde pastorye of predikantswoning”. Daarmee was de nieuwe pastorie voltooid en in gebruik genomen door de hervormde predikant.

Terug naar de katholieken (1795–1807)

Na de inval van de Fransen in 1795 krijgen de katholieken meer ruimte. Kerkelijke goederen worden getaxeerd: de kerk: ƒ 8150,-, de pastorie: ƒ 3000,- en de kapel in Ommel: ƒ 2000,-. Predikant Casparus Janssen probeert nog te voorkomen dat de kerk terugkeert naar de katholieken, maar in 1798 wordt deze toegewezen aan de grootste geloofsgemeenschap: de katholieke parochie. Janssen weigert echter de pastorie te verlaten. Pas in 1807 verhuist hij naar de Lindestraat, waarna pastoor Willem van Asten kan terugkeren naar de Kerkstraat.

Vanaf 1807 wordt de pastorie opnieuw het centrum van het katholieke parochieleven. Achtereenvolgens wonen er tot 1944: Bartholomeus Kemps, stichter en naamgever van het nonnenklooster tegenover de pastorie, Lambertus van de Mortel, Johannes Smits, bouwpastoor van de nieuwe kerk, Bartholomeus Moussault en Henricus Meijer. Naar deze laatste twee pastoors zijn straten vernoemd, beide uitkomend op de Kerkstraat. De pastorie is een gemeentelijk monument.

Locatie